Specialisten zijn aan zet
Consensus nodig over honoraria en vrije vestiging
Er is veel te doen over de honoraria van medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren. De bereidheid van ‘de politiek’, van VWS, de NZa, en de zorgverzekeraars om deze honoraria te herzien, groeit. Ook staan wetswijzigingen op stapel die bepaald niet bevorderlijk zijn voor de positie van de vrijgevestigde medisch specialisten.
Onlangs is een wetsvoorstel ingediend dat de NZa de bevoegdheid zal geven, op aanwijzing van de minister, per ziekenhuis of ZBC een honorariumbudget vast te stellen. De raad van bestuur van het ziekenhuis is de beoogde budgethouder. De honorering van de medisch specialist wordt afhankelijk gemaakt van afspraken met de raad van bestuur. De normtijden en het normatief uurtarief zijn niet langer bepalend.
Onderdeel van de voornemens is dat specialisten niet langer via het ziekenhuis aan de patiënt/zorgverzekeraar declareren, maar uitsluitend nog aan het ziekenhuis. Alleen het ziekenhuis contracteert nog met de patiënt en de zorgverzekeraar. Daarnaast is de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) in de maak, waarin de rechten en plichten die nu nog onderdeel zijn van de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen de medisch specialist en de patiënt, worden overgeheveld naar het ziekenhuis als (enige) zorgaanbieder. De instelling contracteert dan enerzijds met de patiënt/zorgverzekeraar en anderzijds met de professional (hetzij in vrij beroep hetzij in dienstverband).
De professional moet verantwoording afleggen aan de instelling. Ten slotte gaan er in het politieke en bestuurlijke circuit stemmen op die zeggen dat medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren nu eindelijk eens in dienstverband moeten gaan.
Deze ontwikkelingen roepen twee vragen op. Kan dat zomaar? En: hoe moeten medisch specialisten en ziekenhuizen hiermee omgaan?







Deel deze pagina