UMC’s hebben moeite UMS te behouden vanwege grote inkomensverschillen
In NRC van 23 juli 2009 werd bericht dat de universitair medische centra (UMC’s) in Nederland vanwege grote inkomensverschillen moeite hebben hun medisch specialisten te behouden. ‘Bonus voor academisch specialisten’ en ‘Geld drijft specialist uit het academisch ziekenhuis' zo werd gekopt.
UMC's zeggen daarin vaak bonussen en andere extra’s te betalen, die moeten voorkomen dat medisch specialisten overstappen naar algemene ziekenhuizen, waar meer wordt verdiend.
De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) zegt dat al haar leden grote problemen hebben doordat de inkomensverschillen tussen de twee typen ziekenhuizen de afgelopen vier jaar sterk zijn opgelopen. De NFU heeft het ministerie van VWS en de NZa om snel ingrijpen gevraagd. De Orde vindt dit niet terecht!
Vergelijking inkomens ten opzichte van de UMS
De Orde heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat de inkomens van medisch specialisten bij een gelijke inspanning van een vergelijkbare hoogte moeten zijn, onafhankelijk van de setting waar zij hun praktijk voeren. Dat betekent dat bij de onderhandelingen over het normatief uurtarief de AMS voor de medisch specialisten in dienstverband in algemene ziekenhuizen de basis is geweest en dat de honoreringsregeling voor de UMS en de AMS ook grotendeels op elkaar zijn afgestemd.
Het feit dat er rond de omzetten van de vrij beroepsbeoefenaren zoveel discussie is, geeft aan dat er veel onduidelijkheid is en betekent dat een goede vergelijking lastig is. Daarnaast worden consequent inkomen en omzet door elkaar gehaald.
Wat betreft medisch specialisten in dienstverband van een algemeen ziekenhuis ten opzichte van UMS zijn er verschillen. Maar bij een vergelijking van de CAO’s blijkt dat zowel een UMS op basis van de honoreringsregeling (schaal 8) als een medisch specialisten in dienstverband op basis van de AMS (schaal 6) een bruto inkomen hebben van ongeveer € 150.000.
Dit is dus een ander bedrag dan de € 113.000 die in NRC wordt genoemd (dat is 12 maal het maandsalaris exclusief eindejaarsuitkering, vakantiegeld, toelagen voor diensten, etc.).
Dit bedrag is voor de vrij beroepsbeoefenaren ongeveer de honorariumcomponent in de omzet. Hoewel er op dit moment nog geen onderzoek is gedaan naar de gemiddelde omzet, kan op basis van globale berekeningen (het macrobudget gedeeld door het aantal specialisten vrij beroepsbeoefenaren) worden geconstateerd dat de gemiddelde omzet voor vrij beroepsbeoefenaren ongeveer € 270.000 bedraagt, waarvan na aftrek van de kosten (verzekeringen, pensioen, secretariaat, etc. totaal gemiddeld € 90.000) ongeveer € 180.000 aan bruto inkomen overblijft.
Het verschil is voor een deel te verklaren door het feit dat er bij medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren een directe relatie is tussen de honorering en de productie. Wel zijn er grote verschillen waarneembaar tussen specialismen onderling en binnen specialismen. Dit wordt in de nabije toekomst gecorrigeerd.
Probleem in de UMC’s
Dit alles wil niet zeggen dat er in de UMC’s geen probleem is. De inkomensverschillen zijn na de invoering van de DBC-systematiek toegenomen, omdat geleidelijk een groter deel van de behandelingen niet meer is gelimiteerd. Medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren in de algemene ziekenhuizen profiteren daarvan, omdat ze per DBC worden betaald. De collega’s in universitaire ziekenhuizen en in dienstverband krijgen een vast salaris op basis van CAO-afspraken.
Daarnaast maken de UMC’s onvoldoende gebruik van de door onder meer de Orde en hen overeengekomen cao's waarin verschillende toeslagen op het salaris mogelijk zijn.
Oplossingen voor de verschillen
Het DBC-systeem en het normatief uurtarief zijn net ingevoerd en kennen nog onvolledigheden en onvolkomenheden. Na correctie hiervan zal een groot deel van de verschillen zijn verdwenen.
Daarnaast hebben de raden van bestuur van de UMC’s alle instrumenten om tot oplossingen te komen en dienen zij gewoon zelf hun zaken goed te regelen. In de CAO UMC staan al jarenlang afspraken over het toekennen van arbeidsmarkttoelagen en bindingspremies die voor alle medewerkers gelden. Deze kunnen ook van belang zijn bij het aantrekken van die medewerkers naar minder aantrekkelijke gebieden.
Opvallend is daarnaast dat specifiek voor medisch specialisten al in 2006 een afspraak is gemaakt over een excellentietoelage. Volgens de Orde wordt hier hoegenaamd geen gebruik van gemaakt. Er zijn dus voldoende instrumenten voor UMC’s die al jarenlang bestaan en grotendeels voor alle medewerkers in UMC’s kunnen gelden. Daarnaast bieden de budgetten van de universitaire ziekenhuizen voldoende ruimte om de medisch specialisten beter te honoreren en zo te behouden voor de UMC’s. Het is aan UMC's om daarvan gebruik te maken en niet te klagen bij de minister.
Conclusie
De Orde stelt zich op het standpunt dat door middel van het normatief uurtarief de inkomens van de medisch specialisten meer naar elkaar moeten groeien en dat dit nog niet is gerealiseerd. De Orde constateert dat beter gebruik moet worden gemaakt van de verschillende cao's en honoreringssystemen, waardoor medisch specialisten gewoon kunnen worden behouden in de UMC’s. De NFU zou eerst hiervan gebruik moeten maken alvorens te gaan klagen bij de minister.

Deel deze pagina