Gemiddelde omzet medisch specialisten in 2008 beperkt gestegen
De omzetten van medisch specialisten (vrij beroepsbeoefenaren, dus niet van medisch specialisten met een dienstverband) zijn in 2008 gemiddeld met 10% gestegen ten opzichte van 2007. Na correctie voor inflatie (3%) en toegestane groei (3%), resteert een ‘budgetoverschrijding’ van 4% wat neerkomt op 80 miljoen.
Dit surplus is in zijn geheel toe te schrijven aan de omzetstijging bij de zogenaamde ondersteunende medische specialismen. Bij de ‘poortspecialismen’ was in 2008 gecorrigeerd voor inflatie en toegestane groei sprake van een daling. Dit blijkt uit een onderzoek van Mazars accountants in opdracht van de Orde van Medisch Specialisten, dat vandaag is gepubliceerd.
De omzetten van ‘ondersteunende medische specialismen’ – medische microbiologie, artsen klinische chemie, nucleaire geneeskunde, radiologie, pathologie en anesthesiologie voor zover geen pijnbestrijding - lieten in 2008 gemiddeld een relatief grote stijging zien: 36% (na correctie voor inflatie en toegestane groei 30%). De omzetten van ‘poortspecialismen’ – de grootste groep medisch specialisten, waar in eerste instantie de behandeling van de patiënt begint - groeiden gemiddeld zo gering (2%) dat na correctie voor inflatie gemiddeld sprake is van een daling van 4%. Overigens is er sprake van zowel omzetstijgingen als omzetdalingen, op ziekenhuisniveau en binnen de specialismen.
Mazars accountants heeft in de periode van maart tot juni 2009 in opdracht van de Orde van Medisch Specialisten een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de omzetontwikkeling 2008 ten opzichte van 2007. De gegevens van collectieven van medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren uit 59 van de 84 algemene ziekenhuizen in Nederland zijn voor het onderzoek aangeleverd, waarmee het resultaat zowel qua deelnemers als qua omzet een representatief beeld geeft.
Directe aanleiding voor het onderzoek vormde berichten uit diverse bronnen zoals schadelastcijfers van Vektis en het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), dat sprake zou zijn van forse overschrijdingen van budgetten voor medisch specialisten, waarbij de cijfermatige onderbouwing ontbrak, dan wel onvolledig of onjuist was. De Orde is van mening dat een correcte cijferbasis noodzakelijk is om op basis daarvan eventuele bijstellingen van de nieuwe honoreringssystematiek te kunnen rechtvaardigen.
Sinds januari 2008 is Nederland overgestapt op een nieuwe systematiek met een directe relatie tussen het verrichte werk (de behandelingen) en de honorering van medisch specialisten. Dit is een onderdeel van meer marktwerking in de zorg als middel om de kwaliteit te verhogen. In de afgelopen jaren zijn de wachtlijsten in ziekenhuizen daardoor al grotendeels verdwenen.
Willem van der Ham, voorzitter van de Orde, is gelukkig met het feit dat er nu duidelijke cijfers op tafel liggen: “Wij hebben door een onafhankelijk accountantsbureau betrouwbare gegevens laten verzamelen en hebben deze naast de omzetgegevens van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) laten leggen. Dat levert een consistent beeld op. De minister voert nu echter beleid op basis van cijfers die wij niet kennen of herkennen. De schadelastgegevens van CVZ en Vektis vormen volgens ons geen goede basis om dit beleid op te bouwen. We hebben al diverse malen om de onderbouwing gevraagd maar die komt maar niet. In ons gesprek met de minister van afgelopen woensdag hebben wij de minister onze cijfers aangeboden. De minister heeft ons de ruimte geboden met CVZ te spreken over hun cijfers. Die gaan we nu bekijken.”
In het gesprek met de minister op 10 juni heeft de Orde ook voorgesteld om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de juistheid van de cijfers zoals die de laatste tijd circuleren (Vektis, CVZ en anderen) en die te vergelijken. Dat heeft de minister afgewezen. De Orde gaat dat onderzoek nu zelf uitzetten.

Deel deze pagina