Orde schort overleg minister Klink op en raadpleegt haar achterban over te nemen acties
Op woensdag 19 mei jl. heeft de commissie Volksgezondheid van de Tweede Kamer in een algemeen overleg de minister groen licht gegeven om een beheersingsmodel voor medisch specialisten per 2011 in te voeren. Het plan van de minister is in fiscale zin een grote bedreiging voor het vrij beroep. De Orde vindt de plannen onacceptabel en schort alle overleg met de minister op.
De minister meldde ook aan de Tweede Kamer dat hij een overschrijding van het budgettair kader zorg medisch specialisten in 2009 heeft geconstateerd van bijna € 200 miljoen. De Orde heeft gevraagd om de cijfermatige onderbouwing van dit bedrag en zal alle (juridische) mogelijkheden in de strijd werpen, als blijkt dat deze onderbouwing niet klopt. De Orde activeert de Plaatselijke Actie Comités (PAC’s) en organiseert binnen 2 weken een landelijke bijeenkomst met de PAC’s om de te nemen acties te bespreken.
Ondoordacht budgetplan minister met ingrijpende consequenties
Minister Klink wil de uitgaven van medisch specialisten begrenzen door de medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren in een budgetmodel te plaatsen met de raden van bestuur als budgethouder. In het plan van de minister zullen medisch specialisten moeten onderhandelen over hun honoraria met hun eigen ziekenhuis. Het normatief uurtarief en de normtijden worden afgeschaft. De tussen medisch specialisten en raden van bestuur af te spreken tarieven worden niet meer landelijk vastgesteld door de NZa. Dit zijn zeer ingrijpende voorstellen waarbij wettelijk wordt vastgelegd dat de medisch specialisten niet meer via het ziekenhuis aan de zorgverzekeraar/patiënt declareren, maar aan het ziekenhuis.
Dreiging fictief dienstverband
Het voorliggende plan van de minister bevat nog veel open einden. Zo is het onduidelijk of in het voornemen van de minister sprake is van vrij ondernemerschap of overgang naar dienstverband. Dit hangt volgens de minister af van de daadwerkelijke invulling van de verhoudingen tussen partijen. Partijen zijn echter gebonden aan de overheidsregelgeving. De mogelijkheid dat medisch specialisten via het ziekenhuis aan de patiënt of de zorgverzekeraar declareren, is van groot belang. De minister van VWS stelt dat de belastingdienst (achteraf) beoordeelt of er sprake is van vrij ondernemerschap of loondienst. De Orde meent dat deze criteria voor de beoordeling altijd vooraf duidelijk moeten zijn zoals in de voorgaande jaren herhaaldelijk is gebeurd.
De minister van VWS verwijst naar de toetsingscriteria genoemd in de brief van de minister van Financiën van 15 maart 2010. De minister van Financiën stelt in deze brief dat het zelfstandig declaratierecht essentieel is bij de beantwoording van de vraag of iemand fiscaal als ondernemer kan worden aangemerkt. De minister van Financiën heeft evenwel ten aanzien van het zelfstandig declaratierecht en het debiteurenrisico ook in brieven van 29 september 2005 en 11 november 2005 gewezen op het bijzondere belang van het ‘aan’ en ‘via’ declareren. De voorgenomen wettelijke aanpassingen leiden nu echter tot een nieuwe dreiging van een fictief dienstverband voor medisch specialisten in vrij beroep. Zoals bekend wil de Orde dat naast het dienstverband het werken in vrij beroep onverkort blijft bestaan.
Rechtsonzekerheid onacceptabel
De Orde is absoluut geen tegenstander van het werkzaam zijn in dienstverband. Echter, de Orde ziet niets in een gedwongen overgang van vrij beroep naar dienstverband, die mogelijk ook nog eens achteraf door de belastingdienst wordt geconstateerd. Indien de belastingdienst achteraf (na enkele jaren) beoordeelt of er sprake is van een fictief dienstverband zorgt dat voor grote rechtsonzekerheid bij medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren én niet in de laatste plaats bij ziekenhuizen. Medisch specialisten dreigen schade te leiden door het verlies van fiscale ondernemersfaciliteiten en ziekenhuizen worden met terugwerkende kracht inhoudings- en afdrachtsplichtig voor de loonbelasting en de premies voor de werknemersverzekeringen. Deze rechtsonzekerheid is niet acceptabel.
De Orde zal het eventuele verlies van het ondernemerschap en het daaruit voortvloeiende goodwillverlies in een miljardenclaim neerleggen bij de Staat. Zij zal als veroorzaker op verschillende gronden aansprakelijk worden gehouden.
NVZ betrokken bij plannen minister
In maart jl heeft de Orde de NVZ benaderd om een gemeenschappelijk standpunt te formuleren inzake de plannen van de minister. Dit heeft niet geleid tot een gezamenlijk standpunt. De NVZ stelde eind april 2010 dat zij op dit moment de plannen niet uitvoerbaar achtte. In een brief aan de Tweede Kamer van 17 mei 2010 worden de plannen door de NVZ getypeerd als onvoldragen, ongewenst, onduidelijk, ondoordacht en onuitvoerbaar.
Desalniettemin wist de minister in de Kamer te melden dat de NVZ al vanaf februari 2010 met de NZa in overleg is over het voorgestelde budgetmodel. De minister gaf aan dat daarbij onder andere is gesproken over ‘good contracting’, model contracten, lijsten met normtijden om met de medisch specialisten te onderhandelen en instrumenten om de marktmacht van medisch specialisten te beperken.
De NZa werkt het beheersingsmodel momenteel uit dat rond 1 juli 2010 klaar zal zijn. De demissionair minister bereidt eveneens aanpassingen in de Wmg voor die na de zomer in de Tweede Kamer worden besproken.
Actiebijeenkomsten
De Orde wacht de voorstellen van de NZa/minister niet af. Het Landelijk Actie Comité (LAC) van de Orde zal binnen twee weken een bijeenkomst in Utrecht organiseren met de Plaatselijke Actie comité’s (PAC’s) om de ontstane problematiek en de te nemen acties te bespreken. In juni zullen diverse actiebijeenkomsten in het land worden georganiseerd.
Nieuwe overschrijding?
Er doen veel getallen de ronde. De minister spreekt over een extra budgetoverschrijding in 2009 van bijna € 200 miljoen. Momenteel loopt er al een juridische procedure met betrekking tot de ‘overschrijding’ in 2008 van € 375 miljoen. Daarnaast heeft de minister op 7 mei jl. de NZa een nieuwe aanwijzing gegeven om de € 375 miljoen te verhogen tot € 512 miljoen.
De voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven stelde in januari 2010 al vast dat de korting van de minister (toen nog € 375 miljoen) gebaseerd is op ondeugdelijk cijfermateriaal. Hij adviseerde de minister en de NZa om juiste cijfers aan te leveren. De Orde wacht daar nog steeds met smart op. De door de minister vastgestelde overschrijding komt niet overeen met de uitkomsten van het PWC-onderzoek dat in opdracht van hemzelf is verricht. PWC heeft een omzetontwikkeling tussen 2007 en 2008 geconstateerd van € 374 miljoen op basis van de schadelastdefinitie (dezelfde definitie die VWS in haar berekeningen hanteert). Als rekening wordt gehouden met groeiruimte/inflatie (6% op macrokader) resteert een overschrijding van ± € 266 miljoen.
Met aftrek van de opbrengst herijking ondersteunerscompensatie resteert een overschrijding van € 92 miljoen. Als rekening wordt gehouden met de onterechte toerekening van een deel van de gestelde overschrijding aan de medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren resteert een overschrijding van nul euro. Zelfs als de ten onrechte door de minister ingeboekte korting van € 175 miljoen wordt meegenomen is het verschil met € 512 miljoen erg groot. De cijfers van de minister kunnen niet kloppen en zijn gebaseerd op drijfzand. De minister blijft echter op hetzelfde drijfzand ‘overschrijdingen’ constateren.
Wordt vervolgd….

Deel deze pagina