Pijlers>Beroepsbelangen>Vrij beroep>Nieuws>Staat wint in hoger beroep alsnog van NVZ

Staat wint in hoger beroep alsnog van NVZ

9 november 2010

De minister mag de NZa toch een aanwijzing geven om de ziekenhuizen een (structurele) korting op te leggen van € 549 miljoen. Dat heeft de rechter dinsdag 9 november 2010 in hoger beroep bepaald. Eerder had de rechter, in een kort geding aangespannen door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de minister verboden deze aanwijzing aan de NZa te geven. De Orde volgt deze zaak op de voet omdat ze zelf ook juridische procedures voert tegen een structurele korting voor medisch specialisten van € 512 miljoen (overschrijding 2008) en daarbovenop een aanvullende korting van € 94 miljoen (overschrijding 2009).

Wat zijn de overwegingen van de rechter?

In het hoger beroep staat het criterium ‘onmiskenbaar onrechtmatig’ centraal. De rechter ziet “geen grond om de voorgenomen aanwijzing onmiskenbaar onrechtmatig te achten wegens strijd met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur of het recht van de Europese unie.”

Belangrijke elementen van de uitspraak

De rechter dient zich zeer terughoudend op te stellen bij de beoordeling van de voorgenomen aanwijzing van de minister om ziekenhuizen een structurele korting op te leggen. De rechter stelt dat de Staat vanuit de wetgeving een grote mate van beleids- en keuzevrijheid heeft om te kosten van de gezondheidszorg te beheersen en in dat kader maatregelen op te leggen. Daarbij komt dat keuzes van de Minister onderworpen zijn aan politieke controle en dat ziekenhuizen na vaststelling en uitvoering van de aanwijzing altijd naar de bestuursrechter kunnen gaan om de maatregelen aan te vechten. De rechter concludeert tot slot dat de weg van een kort geding niet de juiste is om een uitspraak te krijgen in een complexe zaak als deze.

De rechter stelt dat de Staat het Budgettair Kader Zorg heeft ingesteld en dat ziekenhuizen er rekening mee dienden te houden dat de Staat bij overschrijding van dat kader maatregelen zou nemen die de ziekenhuizen zou treffen. Nu de Staat meent dat er bij de ziekenhuizen nog doelmatigheidswinst te behalen valt, oordeelt de rechter dat de Staat er voor mag kiezen om met de voorgenomen aanwijzing de gevolgen van de overschrijding primair neer te leggen bij de ziekenhuizen en daarmee het verzekerde volume op peil te houden. Daarnaast oordeelt de rechter dat de discussie over de hoogte van de overschrijding zich niet leent voor behandeling in kort geding.

De rechter stelt dat de voorgenomen aanwijzing geen directe inbreuk maakt op Europese verdragen over vrijheid van vestiging en verkeer van diensten. En dat, voor zover dit indirect gebeurt, het algemeen belang van het betaalbaar en op peil houden van de gezondheidszorg in Nederland de voorgenomen aanwijzing rechtvaardigt.

Wat betekent deze uitspraak voor de medisch specialisten?

De Orde zal de uitkomst van deze uitspraak meenemen in de procedures tegen de structureel opgelegde kortingen voor medisch specialisten.

Deel deze pagina