Pijlers>Opleiding>Capaciteit van opleiding>Onderwerpen>Opleidingsfonds

Kosten en bekostiging

Opleidingsfonds

Voor 2007 was het opleidingsbudget geïntegreerd in het budget van de opleidingsklinieken, dat afkomstig was van de zorgverzekeraars. Opleidingskosten en productieopbrengsten waren dus budgettair verbonden. Dit had als resultaat dat ziekenhuizen die opleidingen aanboden een hogere kostprijs hadden dan ziekenhuizen die geen opleidingen verzorgden. Deze marktverstoring diende opgeheven te worden.

 

Op 1 januari 2007 is er daarom een nieuw bekostigingssysteem ingevoerd door het ministerie van VWS voor het subsidiëren van (vervolg)opleidingen in de zorg: het Opleidingsfonds. Dit fonds maakt onderscheid tussen de eerste en tweede tranche. Onder de eerste tranche vallen de medisch specialistische vervolgopleidingen.

Doel

Het Opleidingsfonds is in het leven geroepen om:

  1. Marktverstoring te voorkomen
  2. Prestatiebekostiging voor opleiden in te voeren
  3. Opleidingsplaatsen transparant en toetsbaar te verdelen
  4. Doelmatig en doelgericht te kunnen opleiden aan de hand van landelijke beleidsrijke ramingen.

Daarbij beoogde het ministerie van VWS met de oprichting van het Opleidingsfonds dat aios daar opgeleid zullen worden waar een goede kwaliteit wordt geboden tegen een redelijke prijs.

Gevolg

Met de komst van het Opleidingsfonds is er voor de veldpartijen (NFU, NVZ, STZ, OMS) veel veranderd. In 2011 hebben de BOLS-partijen met VWS een vernieuwde verdeelsystematiek afgesproken waarin de betrokken partijen meer verantwoordelijkheid krijgen over de verdeling van de opleidingsplaatsen over de ziekenhuizen. Hoewel er sprake is geweest van een flink toegenomen administratieve last voor zowel ziekenhuizen als wetenschappelijke verenigingen, wordt er in het veld positief gereageerd op het vernieuwde verdeel- en toewijzingsproces.

Instroomplaatsen

Op geleide van de adviezen van het Capaciteitsorgaan stelt de minister van VWS jaarlijks het aantal instroomplaatsen vast die beschikbaar zijn voor de medisch specialistische vervolgopleidingen. Met andere woorden hoeveel nieuwe aios mogen er per specialisme worden opgeleid in het komende jaar. Aan een instroomplaats hangt een aanzienlijk subsidiebedrag dat door het Opleidingsfonds uitgereikt wordt aan de opleidingskliniek waar de betreffende aios in opleiding gaat.

 

De Stichting BOLS verdeelt de instroomplaatsen over de onderwijs- en opleidingsregio’s (OORs) en de OORs verdelen de instroomplaatsen over de opleidingsklinieken binnen de regio. Zodra het ministerie van VWS akkoord heeft gegeven op het verdeeladvies van het BOLS, kunnen de verschillende opleidingsklinieken subsidie aanvragen voor de nieuwe aios. Dit is gebonden aan diverse regelgeving.

Subsidieregeling

Om in aanmerking te komen voor subsidie, dient een opleidingskliniek allereerst erkend te zijn door de MSRC. Dit betekent dat de opleiding een erkenning moet hebben voor de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Ten tweede moeten opleidingsklinieken vóór 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar een aanvraag tot subsidieverlening indienen, per zorgopleiding per tranche, elk jaar weer. Dit is mede één van de redenen dat het toewijzingsproces elk jaar in een zeer kort tijdsbestek moet verlopen.

 

Bij subsidieverlening maakt het ministerie van VWS onderscheid tussen instroom in personen en fte’s en doorstroom. Binnen de eerste tranche, waaronder de medisch specialistische vervolgopleidingen vallen, wordt tevens onderscheid gemaakt tussen zorgopleidingen met en zonder vooropleiding.

Deel deze pagina